Skip to content

Month: January 2015

De iPhone zal het er zeker mee eens zijn.

“En dan nu de laatste vraag…” De televisiepresentator keek met doordringende ogen naar Jan Koolstra. “U weet dus zeker dat u door wilt gaan?” Het gezicht van Jan Koolstra stond strak gespannen en hij klemde zijn kaken op elkaar, terwijl er een nerveus glimlachje op zijn gezicht speelde. Hij knikte slechts met zijn hoofd van ja.

De presentator voerde de spanning nog wat op. Dat was belangrijk voor de kijkcijfers. Hij liep op Jan af en legde zijn hand op zijn schouders. “Mijnheer Koolstra… als u nu stopt wint een prachtig, fluweelzacht micro-vezel velours vest. Daar maakt u de buren razend jaloers mee en u gaat in elk geval niet met lege handen naar huis. Maar… als u doorspeelt is de kans groot dat u niets wint. Heel erg groot zou ik willen zeggen.”

Het zweet parelde nu op het hoofd van Koolstra, maar dat kwam misschien wel door het warme licht van de schijnwerpers.

Jan was vastberaden. Hij keek de presentator van opzij aan, beet op zijn lip en zei bijna onhoorbaar: “Kom op met die vraag.”

Niemand in de zaal zei nog een woord.

De trommels roffelden en de presentator kuchte terwijl hij een gesloten enveloppe openscheurde waarin de laatste vraag zat verstopt. Hij trok de kaart er uit en staarde met een flauw glimlachje naar Jan Koolstra toen hij de vraag had gelezen.

“Bent u er klaar voor, mijnheer Koolstra?”

Jan knikte. Vooruit, man. Schiet op.

De presentator schraapte zijn keel.

“Ook in Nederland kunnen wij op de iPhone gebruik maken van het spraakprogramma Siri van Apple. Aan dat apparaat kunnen wij eigenlijk van alles vragen. Een echte compagnon dus…” De presentator gluurde even naar Jan Koolstra. “Bent u bekend met de iPhone, mijnheer Koolstra?”

Jan Koolstra plukte zenuwachtig aan zijn vingers en schudde van nee. “Ik heb geen iPhone,” zei hij met schorre stem.  Ik heb slechts een oud mobieltje van mijn recentelijk overleden schoonvader.”

De mensen in de zaal begonnen te lachen, maar de presentator hield zijn hand omhoog en maande om stilte. “Ik heb hier een iPhone 6,” zei hij toen terwijl hij een zilver gekleurd apparaat uit zijn colbertje trok. Hij kneep zijn ogen samen terwijl hij naar Jan Koolstra keek. “Ik ga Siri straks een vraag stellen en u moet mij precies vertellen wat het antwoord zal zijn dat Siri gaat geven.”

Doodse stilte in de zaal.

Jan Koolstra trok wit weg. De presentator was in zijn element terwijl hij Siri activeerde.
“W-wat gaat u Siri dan vragen?” hakkelde Jan.

“Ik ga Siri vragen wat de zin van het leven is. Wat denkt u dat Siri gaat antwoorden?”

Jan Koolstra trok zijn wenkbrauwen omhoog. “Wat? De zin van het leven?”

De presentator knikte. “Precies… U heeft dertig seconden om uw antwoord te formuleren. De tijd gaat nu in… ”

Een grote klok aan de studiowand begon te tikken, waarbij elke seconde doordreunde alsof iemand met een hamer op een stuk ijzer sloeg.

“De zin van het leven? Hoe moet ik dat nou weten?” Jan Koolstra beet op zijn nagels. “Wat een rare vraag.”

“Nog tien seconden, mijnheer Koolstra.”

Jan Koolstra keek op. “Ik gok,” zei hij toen. “De zin van het leven is te leren om anderen net zo te behandelen als je zelf ook behandeld wilt worden.”

Net toen hij de woorden had uitgesproken weerklonk het geluid van een gong. Het was voorbij.

De presentator staarde naar zijn iPhone en keek toen naar Jan Koolstra.

“Nu gaan we het aan Siri vragen,” zei hij met galmende stem. “Beste Siri… wat is de zin van het leven?”

Hij plaatste de microfoon bij zijn iPhone en iedereen luisterde gespannen naar wat er komen ging. Het kraakte even en toen kwam er een zwoele vrouwenstem uit de iPhone. “De zin van het leven is om aardig te zijn voor anderen en om in harmonie te leven met mensen van alle komaf ongeacht hun geloof, ras of cultuur.”

Na het antwoord gehoord te hebben keek de presentator naar het jury-lid dat achter hem op een stoel zat en vroeg aarzelend. “Geacht jury lid… wat denkt u. Heeft Mijnheer Koolstra goed geantwoord?”

Nog voordat het jurylid kon antwoorden begon iedereen in het publiek luid te schreeuwen. “Goed geantwoord. Goed geantwoord.”

Toen het weer stil was geworden knikte het jurylid van ja en zei: “Dat antwoord van Koolstra was goed genoeg. Hij heeft gewonnen.”

Er ging een luid gejuich op in de zaal en Jan Koolstra slaakte een zucht van verlichting.

“Dan nu de prijs,” zei de presentator. Hij pakte een doos uit een kastje en overhandigde hem aan Jan Koolstra die het lintje er met bevende vingers af trok en het doosje opende.

Er zat een prachtig glimmende iPhone in.

“Het nieuwste model,” zei de presentator met gepaste trots. “En met Siri geïnstalleerd.”

Jan Koolstra streek liefkozend over het kleinood. “Dat is een duur dingetje,” zei hij terwijl hij opkeek naar de presentator die glimlachend met zijn hoofd knikte.

“Bent u er blij mee, mijnheer Koolstra?”

“Nou en of,” zei Jan Koolstra. “Ik kan het geld goed gebruiken.”

“Geld? Dit is een mobiele telefoon, mijnheer Koolstra.”

Maar Jan Koolstra schudde zijn hoofd. “Wat moet ik nu met een iPhone, mijnheer. Ik heb toch al mijn ouwe Nokia van mijn schoonvader. Ik verkoop dat dingetje morgen op Marktplaats. Ik krijg er zeker 1000 Euro voor en die stuur ik op naar mijn neef. Die beheert een weeshuis in Zambia voor oorlogsslachtoffertjes.”

De presentator staarde vol ongeloof naar Jan Koolstra die er nog met een glimlach aan toevoegde: “En, ik denk dat mijn iPhone en Siri het er helemaal mee eens zullen zijn.”

Comments closed